BAT-Gezin


Dekkingsgraad

 

De dekkingsgraad van het pensioenfonds geeft inzicht in de financiële gezondheid van het fonds. Zolang de dekkingsgraad boven 100% is, heeft het pensioenfonds voldoende financiële middelen beschikbaar om de pensioenuitkeringen van nu en in de toekomst te kunnen betalen. Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe financieel gezonder het pensioenfonds is. De dekkingsgraad is een momentopname omdat de financiële wereld voortdurend in beweging is.

 

In de volgende onderdelen leest u wat de huidige stand van zaken is en leest u meer over de verschillende dekkingsgraden.

 

De huidige dekkingsgraad

De beleidsdekkingsgraad wordt elke maand geactualiseerd. De beleidsdekkingsgraad per eind 
oktober 2017 was 123,3%. De actuele dekkingsgraad op dat moment was 125,9%.

 

Het pensioenfonds bevindt zich momenteel niet in een situatie van tekort en hoeft geen herstelplan op te stellen. Dat wil zeggen dat het pensioenfonds meer dan voldoende buffers heeft dan die door de wetgever zijn voorgeschreven.

 

Actuele dekkingsgraad en beleidsdekkingsgraad

Voor het toezicht op de pensioenfondsen gebruikt De Nederlandsche Bank twee soorten dekkingsgraden. De actuele dekkingsgraad om te zien wat de huidige stand van zaken is en de beleidsdekkingsgraad om eventuele maatregelen in te stellen. De beleidsdekkingsgraad wordt ook door het pensioenfonds gebruikt om vast te stellen of er voldoende financiële ruimte is om toeslagen te kunnen verlenen.

 

De actuele dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt maandelijks vastgesteld. Deze dekkingsgraad is de verhouding tussen de bij het pensioenfonds aanwezige vermogen en de huidige waarde van de toekomstige pensioenuitkeringen, de toekomstige verplichtingen. De huidige waarde van de toekomstige verplichtingen is afhankelijk van de rente waarmee deze toekomstige verplichtingen naar het hier en nu worden “terug” gerekend. Deze rente wordt door De Nederlandsche Bank elke maand gepubliceerd en geldt voor alle pensioenfondsen.

 

De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde van de actuele dekkingsgraad over de afgelopen van 12 maanden. Zo houdt elk pensioenfonds dezelfde periode aan en zijn de beleidsdekkingsgraden met elkaar te vergelijken. Door een gemiddelde van 12 maanden te gebruiken, is de beleidsdekkingsgraad minder bewegelijk dan de actuele dekkingsgraad, er is sprake van demping. Met deze demping probeert de wetgever te voorkomen dat belangrijke en eventueel moeilijke beslissingen, zoals korting van pensioenaanspraken, niet over te laten aan de waan van de dag.

 

(Wettelijke) reële dekkingsgraad

Naast de actuele dekkingsgraad en de beleidsdekkingsgraad berekent het pensioenfonds ook een reële dekkingsgraad. Deze dekkingsgraad laat zien of het pensioenfonds voldoende financiële ruimte heeft om een volledige toeslag toe te kunnen kennen. Bij een reële dekkingsgraad van 100% of meer heeft het pensioenfonds volgens de wettelijke rekenregels voldoende financiële ruimte om een volledige toeslag toe te kennen. Is de reële dekkingsgraad lager dan 100% dan maakt het fonds een nieuwe berekening om vast te stellen of een gedeeltelijke toeslag wel tot de mogelijkheden behoort.

 

Hoe wordt een dekkingsgraad bepaald?

Bij uw pensioenfonds is bekend hoeveel er de komende 80 jaar aan pensioenuitkeringen betaald moet worden. Deze pensioenuitkeringen moeten op basis van de huidige rentestand worden omgerekend tot een huidige waarde van de toekomstig uit te betalen pensioenpensioenuitkeringen. Deze huidige waarde wordt de nominale verplichtingen genoemd.

De berekening van deze nominale verplichtingen is eigenlijk het omgekeerde van het ontvangen van rente op uw spaarrekening. Als u nu € 100,- op uw spaarrekening zet en de rente bedraagt 4% per jaar, dan heeft u na 1 jaar € 104,-. Dit kunnen we ook omdraaien, als u volgend jaar € 104,- moet betalen en de rente bedraagt 4% per jaar, dan hoeft u nu maar € 100,- op uw spaarrekening te storten. Het bedrag dat u nu op uw spaarrekening moet storten is te vergelijken met de waarde van de nominale verplichtingen bij het pensioenfonds.

Als u over 2 jaar € 104,- moet betalen en de rente bedraagt 4% per jaar, dan hoeft u nog maar € 96,- op uw spaarrekening te zetten. Hoe meer tijd u heeft voordat u € 104,- moet betalen, hoe minder u nu op uw bankrekening hoeft te zetten. Dit geldt ook voor het pensioenfonds. De pensioenen die dit jaar en de komende 80 jaar moeten worden uitbetaald, worden met de huidige rentestand omgerekend tot de nominale verplichtingen.

Maar wat gebeurt er als de rente daalt? Als we uitgaan van een rente van 1% per jaar en u moet over 2 jaar € 104,- betalen, dan moet u nu € 102,- op uw spaarrekening storten. Oftewel, hoe lager de rente hoe meer u nu op uw spaarrekening moet zetten om over 2 jaar € 104,- te kunnen betalen. Voor een pensioenfonds betekent een lagere rente dat de nominale verplichtingen hoger worden.

Als de nominale verplichtingen zijn berekend, dan kan de nominale dekkingsgraad worden bepaald. Deze nominale dekkingsgraad wordt bepaald door de waarde van de huidige middelen te delen door de waarde van de nominale verplichtingen. Stel dat de huidige middelen € 120,- waard zijn en de nominale verplichtingen zijn € 100,- dan is de nominale dekkingsgraad € 120,- / € 100,- = 120%.

Voor de vaststelling van de actuele dekkingsgraad publiceert De Nederlandsche Bank maandelijks de rente waarmee alle pensioenfondsen moeten rekenen.

 

Actuele dekkingsgraden over de afgelopen 12 maanden:

 

Maand

Actuele dekkingsgraad

Oktober 2017 125,9%
September 2017 126,2%
Augustus 2017 124,3%
Juli 2017 126,1%
Juni 2017 124,8%
Mei 2017 124,0%
April 2017 123,3%
Maart 2017 122,6%
Februari 2017 121,5%
Januari 2017 122,3%
December 2016 119,3%
November 2016 119,0%

Oktober 2016

116,5%