BAT-Gezin

 

Herstelplan

 

Het pensioenfonds heeft sinds eind maart 2020 volgens de wettelijke regels te weinig buffervermogen om financiële tegenslag op de korte termijn op te vangen. Daarom heeft het pensioenfonds een herstelplan opgesteld. Dit herstelplan is onlangs bij De Nederlandsche Bank (hierna: DNB) ingediend. Het toont aan dat het pensioenfonds op eigen kracht weer voldoende buffer kan opbouwen, zodanig dat er op termijn geen herstelplan meer van toepassing zal zijn. DNB heeft met het ingediende herstelplan ingestemd. Onderstaand wordt meer uitleg gegeven over de verschillende elementen die bij het maken van een herstelplan een rol spelen.

DEKKINGSGRADEN

De dekkingsgraad van het pensioenfonds geeft inzicht in de financiële gezondheid van het fonds.  Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe financieel gezonder het pensioenfonds is. De dekkingsgraad is een momentopname omdat de financiële wereld, met name voor wat betreft de rente en de aandelenkoersen, voortdurend in beweging is.

Voor het toezicht op de pensioenfondsen gebruikt DNB twee soorten dekkingsgraden. De actuele dekkingsgraad om te zien wat de huidige stand van zaken is en de beleidsdekkingsgraad om te beoordelen of maatregelen noodzakelijk zijn. De beleidsdekkingsgraad wordt door het pensioenfonds gebruikt om vast te stellen of er voldoende financiële ruimte is om toeslagen te kunnen verlenen.

De actuele dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt maandelijks per maandeinde vastgesteld. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het bij het pensioenfonds aanwezige vermogen en de   berekende hoogte van het bedrag van de toekomstige pensioenuitkeringen, de toekomstige verplichtingen. Deze waarde van de toekomstige verplichtingen is afhankelijk van de rente waarmee deze toekomstige verplichtingen worden berekend. Deze rekenrente wordt door DNB elke maand gepubliceerd en geldt voor alle pensioenfondsen.

De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde van de actuele dekkingsgraden over de afgelopen 12 maanden. Zo houdt elk pensioenfonds dezelfde periode aan en zijn de beleidsdekkingsgraden met elkaar te vergelijken. Door een gemiddelde van 12 maanden te gebruiken, is de beleidsdekkingsgraad minder beweeglijk dan de actuele dekkingsgraad; er is sprake van demping. Met deze demping probeert de wetgever te voorkomen dat belangrijke beslissingen, zoals het verlenen van toeslagen maar ook het korten van pensioenaanspraken, afhankelijk worden van de waan van de dag.

DEKKINGSGRAAD BEHORENDE BIJ HET VEREIST EIGEN VERMOGEN

Elk pensioenfonds in Nederland moet op basis van de Pensioenwet een bepaald vereist eigen vermogen, een buffervermogen, hebben om financiële schokken op te kunnen vangen. Dit vereist eigen vermogen wordt niet bepaald als vast percentage ten opzichte van de verplichtingen, maar is afhankelijk van de rentestand, de renteafdekking en de omvang van de beleggingen in aandelen. Voor ons pensioenfonds beweegt het vereist eigen vermogen zich sinds ultimo 2018 tussen de 10% en 12%. De dekkingsgraad die bij het vereist eigen vermogen hoort is 100% plus het percentage voor het vereist eigen vermogen.

TEKORT AAN BUFFERVERMOGEN

De afgelopen tijd is de actuele dekkingsgraad steeds verder gedaald. In 2019 kwam die daling voornamelijk door de daling van de rente, maar daar kwam begin 2020, als gevolg van de coronacrisis, een forse waardedaling van de aandelenbeleggingen bij.

Doordat de beleidsdekkingsgraad een gemiddelde over 12 maanden is van de actuele DNB dekkingsgraad beweegt de beleidsdekkingsgraad wat trager.

Per 31 maart 2020 bedroeg de beleidsdekkingsgraad 110,0%. De dekkingsgraad die bij het vereist eigen vermogen hoort bedroeg per diezelfde datum 111,1%. Hierdoor lag de beleidsdekkingsgraad onder de dekkingsgraad die bij het vereist eigen vermogen hoort en heeft het pensioenfonds een tekort aan buffervermogen om op korte termijn een financiële tegenslag op te vangen. In de Pensioenwet wordt daarom over een tekort gesproken.

HERSTELPLAN

Het herstelplan is een door DNB voorgeschreven (theoretische) manier van berekenen, waarmee een inschatting gemaakt kan worden van de toekomstige ontwikkeling van de dekkingsgraad. Daarbij wordt gerekend met een positief rendement op beleggingen over een periode van 10 jaar. Het doel van het herstelplan is dat het pensioenfonds kan aantonen dat het binnen de termijn van 10 jaar op eigen kracht weer voldoende buffervermogen kan opbouwen. Lukt dat niet, dan moet het pensioenfonds maatregelen nemen zodat de berekening wel tot voldoende buffer leidt. Het pensioenfonds heeft de berekening voor het herstelplan uitgevoerd en die laat zien dat het pensioenfonds op eigen kracht weer voldoende buffervermogen kan opbouwen. Het is daarom niet noodzakelijk dat extra maatregelen worden genomen. Het gaat hierbij natuurlijk om een schatting; de werkelijkheid kan afwijken.

Het herstelplan is eind juni 2020 bij DNB ingediend en eind augustus 2020 is bericht van DNB ontvangen dat ermee wordt ingestemd.

Begin 2021 moet er een nieuw herstelplan worden ingediend. Dit is weer gebaseerd op een termijn van 10 jaar, maar wel op basis van de op dat tijdstip geldende financiële positie (per jaareinde). Dit proces herhaalt zich elk jaar totdat het fonds voldoende buffervermogen heeft: de beleidsdekkingsgraad is dan weer hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist eigen vermogen.

Als het pensioenfonds 5 jaar lang, elk kwartaal een beleidsdekkingsgraad heeft die lager ligt dan 104,1%, of als de beleidsdekkingsgraad per ultimo van enig jaar onder de 87,8% ligt, zal het pensioenfonds op basis van de Pensioenwet maatregelen moeten nemen. Voor ons fonds betekent dat het inroepen van de bijstortingsverplichting van de werkgever. Voor andere pensioenfondsen betekent het meestal vermindering van pensioenaanspraken en van pensioenuitkeringen.

Het huidige herstelplan laat echter zien dat het pensioenfonds op eigen kracht kan herstellen en weer voldoende buffervermogen kan opbouwen zonder die extra maatregel.